Volgens het onderwijs van de Taiki of Hotou spreekt men niet over het goede of het kwade, niveau, positief of negatief, enz.

We spreken over yin yang. We zeggen juist niet yin én yang, dat zou betekenen dat dit aspect van de oosterse filosofie niet begrepen is, want het één kán niet zonder het ander.
Zij zijn aanvullend zoals de bergen en de dalen: zonder bergen geen dalen. Het zijn de eerlijke mensen die de boeven maken: als u bepaalt waaraan een goed mens moet voldoen beschrijft u tegelijkertijd slechte mensen. Net zo als de hand een palm heeft, heeft zij automatisch een rug, ga zo maar door. De eerste geschriften die melding maken van yin yang dateren uit de derde eeuw voor Christus. Deze begrippen bestaan echter al veel langer en gaan terug tot aan de eerste Chinese sterrenkundigen.
Dit symbool werd in de vijfde tot en met de eerste eeuw voor Christus veelvuldig gebruikt door schrijvers met verschillende specialiteiten: kalenders, muziek, aardrijkskunde, seizoenen, politicologie, filosofie, godsdienst, geneeskundig, enz.
De Chinese sterrenkundigen hadden een belangrijke en delicate taak. Zij waren belast met het voorspellen van alles: kunstmatige irrigatie, weersverwachting, enz. Elke fout werd bestraft. Zo verhaalt men dat twee broers, Hui en Ho, ter dood waren veroordeeld omdat zij geen zonsverduistering zouden hebben voorzien. Zo had ieder dorp voor Christus een seismograaf in dienst had. Deze maatschappij, die voor 90% uit landbouw bestond, creëerde een traditie die tegenwoordig nog op verschillende gebieden gebruikt wordt, om met traditioneel Aikido te beginnen.
Landbouwers merkten zeer snel dat zij zonder de hemel, de zon, de regen, enz, niet veel konden doen. Ze beseften dat zij te weten moesten komen hoe een en ander werkt en volgens welke wetten. Er was geen sprake van enige dualiteit: zij hebben nooit, zoals wij doen, indelingen naar familie of soort gemaakt maar de interrelaties tussen zaken proberen te begrijpen. Sommigen vermelden yin, in tegenstelling tot anderen die meer yang vermelden. Laten we een voorbeeld nemen: In de natuur is het noorden yin en het zuiden yang. Men kan dus zeggen dat Brussel ten opzichte van Parijs meer yin is, maar ten opzichte van Amsterdam meer yang is. Yin yang, omote ura, het principe is hetzelfde. Wij zijn nooit aan deze dynamische evolutie gewend geraakt. Daarom bestaan er in Aikido steevast catalogussen van omote technieken en ura technieken. Dit is in overeenstemming met onze westerse opleiding, maar het is een verkeerde opvatting van het oosterse begrip yin yang. Begrijpt u nu de onwetendheid van degenen die de dingen classificeren in yin en yang? Zo heeft Georges Oshawa een theorie uitgevonden dat gebaseerd is op de oosterse geneeskunde: het ene voedingsmiddel is yin en het andere yang. Zo ontstaat er een macrobiotiek. Maar het is geen enkele rechtvaardiging omdat men Japanner is of dat men zich associeert met degene die voorop loopt. Het bewijs!
Met deze primaire beredenering zou iedere Europeaan specialist in quantumwiskunde zijn …. Want deze uitvinding is westers! Om dezelfde reden zijn niet alle oosterse mensen specialist in de oosterse filosofie of Aikido.
Door een verkeerde opvatting van het yin yang principe oefenen we al decennia lang positieve technieken en negatieve technieken in Aikido.
“Zeggen dat het Chinese gedachtegoed niet Cartesiaans is moge duidelijk zijn. Zeggen dat zij irrationeel is, is een dwaasheid." Inna Bergeron
De positivistische, materialistische, analytische westerse beschaving, die yang vermeldt in tegenstelling tot het oosterse gedachtegoed, heeft een zeer abstract alfabet met conventionele tekens die geen enkele raakvlak hebben met de realiteit. Het zeer synthetische oosten, waar het toeval niet bestaat maar waar alleen de interrelaties tussen wezens en dingen bestaan, heeft een zeer concreet schrift waar men de werkelijkheid tekent. Normaal voor een oosterling die op dezelfde manier te werk gaat om inzicht te krijgen in wat hem omgeeft.
Dan zijn we aangekomen bij de betekenis van het mysterieuze paar yin yang, die niet als licht (yang) en schaduw (yin) kunnen beschouwen. Door de twee karakters te bestuderen:
Het is niet makkelijk om over dit aspect van het onderwijs van Alain Peyrache uit te wijden.
De Taiki of de Hotou verklaart dat alles wat verschillend lijkt niets meer of minder is dan het spel van yin yang en de verhoudingen tussen de één en de ander de verscheidenheid juist uitlegt. De studie van de traditionele oosterse kunsten, waaronder het traditionele Aikido, bestaan niet uit het bestuderen van catalogussen van technieken om zodoende te kunnen aantonen dat men zeer geleerd is. Deze mensen hebben niets van hun discipline begrepen en wenden hun universitaire westerse opleiding aan om te tellen en bewerkstelligen dat zij de meerderheid van technieken kennen. Anders gezegd: het yin en yang principe begrijpen. Het doel om alleen maar uitingen van yin yang te verzamelen is een oneindige taak, is volkomen onzinnig en leidt tot niets. Een oosterse wijsheid leert ons: “U kent de gehele wereld, zonder weg te gaan, als u het principe van yin yang hebt begrepen. Reist u over de gehele wereld zonder het principe van yin yang te kennen, dan zult u niets begrepen hebben”.
Helaas dwingt onze westerse opvoeding tot het kiezen van de verkeerde oplossing. Dat is wat het moeilijk maakt voor aikidoka’s: in staat zijn andere culturen over te nemen en de onze vergeten is werkelijk zeer moeilijk.
“Pas op dat je niet de zaken overneemt uit grote tradities die onze gewoontes in de war brengen” (Danielou A).
Daarom is de aikidoka die verwacht een sport aan te treffen volledig gedesoriënteerd. Degene die zich intellectueel wil verrijken zoekt een persoonlijke ontwikkeling, een onvergelijkbare weg. Zoals een spiegel stuurt Aikido ons beeld terug. Dit beeld zal niet altijd bevallen en daarom zoeken sommigen een willekeurig excuus en vluchten, terwijl anderen juist hierdoor gemotiveerd worden om te zoeken naar de rijkdom die op ze wacht. Ook hier vind je het spel van yinyang terug. De constatering die Boeddha deed:
Het mentale oog van de mens is als een lotus:
Van sommigen is het mentale oog, net als bepaalde soorten lotussen, onder de vaas: zelfs door schoon te maken zullen zij niets van de leer begrijpen. Anderen zetten de vaas gelijk recht: zij zullen begrijpen door schoon te maken. Anderen zijn boven de vaas: het is niet de moeite waard hen de leer uit te leggen.
Dit symbool wordt niet alleen door aikidoka’s vaak gebruikt maar ook door juweliers, surfers, enz. Het kan voor alles gebruikt worden. De symbolische taal en het oosterse symboliek geven een les weer. Het voordeel is dat men zich niet druk hoeft te maken om de taal te leren. Het niet begrijpen van deze symbolische taal geeft het onvermogen en onwetendheid aan. Om die reden ziet men veelvuldig dit symbool in combinatie met een Joods-Christelijk opvattingen, zelfs door Japanse meesters. Een ongelooflijke paradox: zij zouden juist hun cultuur moeten overbrengen.
Men heeft altijd geloofd en zal altijd geloven dat er “positieve en negatieve technieken” zijn omdat dit door bepaalde aikidoka’s wordt geleerd. Dat past uitstekend in onze dichotomische cultuur. Daarom bestaan er catalogi met positieve en negatieve technieken. Zeker, het is waar dat het volkomen natuurlijk aanvoelt en makkelijk te leren is, maar het is niet juist want het heeft geen enkel relatie met de oosterse filosofie.
Het symbool van de Taiki, Alain Peyrache prefereert het symbool van de Hotou, wordt minder vaak gebruikt maar spreekt veel meer voor zich. Daarom is het terug te vinden op alle formulieren van de school. Ten opzichte van het origineel laat het symbool alle aspecten van de basis zien, namelijk het t-stuk.

Hoeveel aikidoleraren heeft u horen zeggen “dit is goed” en “dat is fout”? In het traditionele Aikido heeft dat geen zin. Het is een Joods-Christelijk opvatting om te zeggen dat iets goed of slecht is, gebaseerd op vergelijking en op een persoonlijke opvatting op wat u goed uitvoert en wat u ziet. Uw persoonlijke opvattingen over wat juist is, is uw goed recht. Zij behoort u toe, net zoals ieder recht heeft op de zijne. Het is slechts een subjectiviteit wanneer u zich dus uit over goed en slecht. Het dient geen enkel belang, het is niets meer dan een mening.
Er wordt vaak gezegd dat iemand het niveau van shodan heeft. Ook dit is weer een typische westerse benadering die geen enkele zin heeft in het traditionele Aikido. Het is de taal van de sport, zoals eerder al beschreven. Immers, wanneer je over niveau spreekt heeft men een standaard in gedachte. Te meer daar het een persoonlijke opvatting van iemand is die de ander moet veranderen. Het traditioneel Aikido leert ons dat kwaliteit niet te beoordelen valt, alleen maar te waarderen. Je kan bijvoorbeeld ook niet zeggen dat Chopin het zelfde niveau heeft als Bach, dat heeft geen enkele zin. Alleen sportievelingen meten hun prestaties zodat ze kunnen vergelijken om te zien wie de kampioen is, wie de beste is, wie het record heeft. Regels zijn er in de sport gemaakt zodat er een norm is om te vergelijken en te beheren in de tijd.
In Aikido is het precies het tegenovergestelde: iedereen is anders. Door de principes van het Aikido te respecteren zal de aikidoka zijn echte persoonlijkheid tot uiting kunnen laten komen zoals een schilder, een musicus of eender wat voor artiest. O-Sensei heeft overigens niet onbescheiden gezegd: “Ik heb het eerste stadium van Aikido bereikt, ik hoop dat anderen verder komen”. In het menkyo-systeem (traditionele graden) krijgt de leerling de laatste graad van zijn leraar om zijn eigen school op te richten, zijn eigen stijl te ontwikkelen en verder te gaan met wat hij bij zijn meester geleerd heeft. Dit is de rijkdom van de Japanse krijgskunsten waar uitzonderlijke personen als O-sensei bijzonder interessante martiale studiegebieden hebben gecreëerd. De sport heeft met zijn norm een vast kader, stereotiep, die met géén enkele persoon overeenkomt en zonder kans op echte ontwikkeling. In zo’n context is vanuit een Aikido-oogpunt bekeken de enige mogelijke ontwikkeling alleen politiek: het federale compromis, de sportbond.
De kwaliteit van de beoefening van Aikido hangt onomstotelijk vast met de kennis van de filosofie er van.
